|
Vraag 156:
STROKEPLAY. Uw bal ligt in een bunker. Voordat u de bal slaat, legt u de hark
in de bunker, zodat u na het slaan sneller de bunker kunt aanharken. Uw medecompetitor
meent dat u daardoor een straf hebt opgelopen. Heeft hij gelijk ?
|
|
|
|
Ja, u mag in de bunker niets aanraken of veranderen voordat u hebt geslagen.
U krijgt twee strafslagen.
|
|
|
|
Ja, u mag in de bunker niets aanraken of veranderen voordat u hebt geslagen.
U krijgt één strafslag.
|
|
|
|
Nee, u hebt de Regels niet overtreden en u krijgt geen straf. |
|
|
|
Vraag : 41
STROKEPLAY. Een speler mag het spel onderbreken wanneer :
|
|
|
|
b. Hij van mening is dat de baan door hevige regen onbespeelbaar is geworden. |
|
|
|
c. Hij een kapot geslagen stok wil laten repareren. |
|
|
|
a. Hij zich in zijn spel belemmerd voelt door een hagelbui. |
|
|
|
d. Hij van mening is dat er gevaar dreigt door een onweersbui. |
|
|
|
Vraag : 37
STROKEPLAY. Uw bal ligt op de fairway. U merkt de ligplaats van uw bal en
neemt hem op om vast te stellen of hij onbruikbaar is om mee te spelen. U hebt
uw mede-competitor niet tevoren gewaarschuwd. Bent u volgens de Regels strafbaar?
|
|
|
|
a. Ja, u krijgt één strafslag. |
|
|
|
b. Ja, u krijgt twee strafslagen. |
|
|
|
d. Nee, u krijgt geen straf. |
|
|
|
c. Ja, u wordt gediskwalificeerd. |
|
|
|
Vraag : 93
Wat verstaat men onder de afslagplaats ?
|
|
|
|
c. De rechthoekige strook, twee meter diep, waarvan de voorkanten en de zijkanten
worden bepaald door de buitenzijden van twee teemerken.
|
|
|
|
a. Het (meestal enigszins verhoogde) stuk grond aan het begin van een hole waarop
de teemerken zijn geplaatst.
|
|
|
|
d. Het hele gebied achter de lijn die bepaald wordt door de voorzijden van twee teemerken. |
|
|
|
b. De rechthoekige strook, twee stoklengten diep, waarvan de voorkant en de zijkanten
worden bepaald door de buitenzijden van twee teemerken.
|
|
|
|
Vraag 171:
STROKEPLAY. U slaat uw bal van buiten de green tegen de bal van uw medecompetitor die op de green ligt. Deze bal rolt daardoor in de hole. Wat is juist ? |
|
|
|
Het voorval heeft voor u geen gevolgen, maar de mede-competitor moet zijn bal
terugplaatsen. |
|
|
|
De mede-competitor moet zijn bal terugplaatsen. U krijgt twee strafslagen. |
|
|
|
U hebt de bal van uw mede-competitor bewogen en hij moet zijn bal terugplaatsen.
U krijgt één strafslag. |
|
|
|
Het voorval heeft voor u geen gevolgen en de mede-competitor heeft geluk, hij
wordt geacht te hebben uitgeholed met zijn vorige slag. |
|
|
 |
controleer |
 |
|